landschap
gereduceerd tot een weiland met bomen: het gekende landschap. Een rechthoek als horizon, grens van waarneming en weten. Buiten deze grens - leegte.
ruimte
als begrensde afsplitsing van het onbegrensde landschap. Het huis is vertrouwd, transparant. Tijd laat sporen van aanwezigheid zichtbaar worden. Deze verdichten zich tot een patroon: metafoor voor het bestaan. Licht en schaduw; zichtbare en onzichtbare werkelijkheid. Beide lijken evenveel te verklaren van de wereld die ons omringt.
lichaam
als ikoon en fetish. Onderwerp van verering en wens. Sporen worden tot een anatomische verbeelding van het lichaam.